Aandelen certificeren: wel eerst even overleggen met de andere aandeelhouders

Het certificeren van aandelen in een besloten vennootschap is voor een ervaren ondernemer geen onbekend terrein, zeer zeker niet in geval van een familiebedrijf. Teneinde de continuïteit (van de zeggenschap van de familie) binnen het familiebedrijf te waarborgen, wordt vaak gekozen het aspect van de zeggenschap dat de éne kant van de aandelenmedaille vormt te abstraheren van de andere kant van die medaille: het winstrecht. Op die manier blijft de zeggenschap gecentreerd bij de pater en/of mater familias en/of bij de familie.

Certificering vindt evenwel niet enkel in familiebedrijven plaats. Het hof Arnhem – Leeuwarden oordeelde begin maart 2018 over een casus, die zich als volgt laat samenvatten: twee apothekers hadden via hun holding een gelijk belang in een B.V., waarin zij hun apothekerspraktijk uitoefenden. De holdingmaatschappijen hadden ook een gelijk stemrecht. Apotheker A certificeerde de aandelen die zijn holding in de werkmaatschappij bezat. De STAK werd hierdoor aandeelhouder in de werkmaatschappij, de holding van apotheker A behield het winstrecht. Apotheker A wilde certificeren omdat hij wilde dat zijn broer na zijn overlijden bij de onderneming zou worden betrokken.

Apotheker B was niet te spreken over de handelwijze van zijn partner. Hij wees op de aanbiedingsregeling in de statuten van de werkmaatschappij, waarin was geregeld dat bij ‘een wijziging van aandeelhouders in een aandeelhouder-rechtspersoon door toetreden van andere natuurlijke of rechtspersonen als aandeelhouder dan zij dit tot dat moment aandeelhouder waren’ er een aan­biedingsregeling geldt. Door de certificering werd de STAK in plaats van de Holding van Apotheker A aandeelhouder.

Er vindt een aandeelhoudersvergadering plaats waar het ontslag van de holding van Apotheker A als bestuurder op de agenda staat. Apotheker A stemt tegen, Apotheker B stemt voor. Het hof oordeelt het ontslagbesluit als rechtsgeldig omdat Apotheker A niet aan zijn aan­biedingsverplichting heeft voldaan en zolang dit uitblijft geen stemrecht kan uitoefenen.

Het argument van Apotheker A dat er slechts sprake was van een interne verhanging van aandeelhouderschap en dat er feitelijk niets was veranderd, werd niet gehonoreerd. Het hof legde de statu­taire bepaling objectief uit. Die uitleg kan worden beïnvloed door een aandeelhoudersovereenkomst en/of door de redelijkheid en billijkheid. Een aandeelhoudersovereenkomst ontbrak in deze casus zodat de rechter deze niet kon gebruiken bij de uitleg van de statuten.

Apotheker A maakte vervolgens on­voldoende concreet waarom de statuten in zijn voordeel moesten | worden uitgelegd en waarom dit redelijk zou zijn. Apotheker A draaide de certificering terug, maar dat baatte hem niet. De aanbiedingsplicht bleef van kracht en het ontslagbesluit bleef in stand. Apotheker B kon door deze onnadenkendheid van Apotheker A de macht binnen de werkmaatschappij naar zich toe trekken,

Apotheker A ging in cassatie bij de Hoge Raad, maar de Hoge Raad oordeelde op 1 november 2019 dat de beslissing van het gerechtshof Arnhem – Leeuwarden in stand kon blijven. Hoe het is verder afgelopen, is mij niet bekend. De verdere samenwerking zal niet erg vruchtbaar zijn geweest.

Peter Wieringa

Zanadvocaten
Westzijde 318 1506 GJ Zaandam
T: 075 303 00 10
E: info@zaanadvocaten.nl
www.zaanadvocaten.nl

Plaats een reactie

Klik hier om je reactie te plaatsen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Webdevelopment: Webstation web-station.nl